Herken je die stem?
Die stem die zegt: Dat kan ik niet. Daar ben ik te oud voor. Wie zit er in hemelsnaam op mij te wachten? Wat als het mislukt?
Ik wel. Ik ken die stem maar al te goed.
Die stem duikt vooral op wanneer ik iets wil wat buiten mijn veilige, vertrouwde wereld ligt. Toen ik mijn boek wilde schrijven bijvoorbeeld. Of wanneer ik nadenk over andere dromen die ik nog heb.
Het verraderlijke is dat die stem vaak heel overtuigend klinkt. Alsof hij de waarheid vertelt.
Maar dat doet hij nou net niet.
Je gedachten zijn geen feiten
Het lijkt misschien voor de hand liggend, maar voor mij was dat een belangrijke ontdekking.
Alleen omdat ik denk: dit kan ik niet, betekent het nog niet dat ik het niet kan. Vaak betekent het alleen dat ik iets spannend vind.
Dus probeer ik tegenwoordig iets anders.
In plaats van te denken: Kan ik dit wel? vraag ik mezelf:
Is dit wat ik echt wil?
Als het antwoord ja is, hoeft de rest nog niet duidelijk te zijn.
Je hoeft niet eerst zelfverzekerd te zijn of alles uitgedacht te hebben.
Je denkt vaak dat zelfvertrouwen vóór de actie moet komen. Maar volgens mij werkt het meestal precies andersom.
Je doet iets terwijl je het spannend vindt. Je ontdekt dat je het kunt. En daardoor groeit je vertrouwen.
Mijn boek is daar een mooi voorbeeld van. Ik wist niet precies waar het zou eindigen toen ik begon. Ik wist alleen dat ik het wilde schrijven.
Dus begon ik. Pagina voor pagina. Stap voor stap. En gewoon doorgaan.
En uiteindelijk lag er een echt boek.
Denk dus niet:
Had ik dit niet veel eerder moeten doen? Is het niet te laat? Wie ben ik om hier nog aan te beginnen?
Denk liever:
Wil ik dit echt?
En waarom eigenlijk niet? Waarom zou je op je vijftigste, zestigste of zeventigste minder mogen dromen dan op je dertigste?
Ik denk juist dat we op deze leeftijd iets hebben wat we vroeger niet hadden: ervaring. We kennen onszelf beter. We weten steeds beter wat wel en niet bij ons past.
Ik probeer die kritische innerlijke stem niet meer helemaal stil te krijgen.
Want dat lukt waarschijnlijk toch niet. Ik laat die stem praten en doe het dan gewoon alsnog.
Want moed betekent voor mij niet dat je nergens bang voor bent. Het betekent dat je je niet door angst laat regeren.
Ik wil nieuwsgierig blijven. Dingen proberen. Nieuwe dromen hebben. Af en toe iets doen waarvan ik denk: kan ik dit eigenlijk wel?
En misschien daarna ontdekken:
Ja. Blijkbaar wel.
Of niet. Dan heb ik het in ieder geval een kans gegeven.